De 5 stappen van de SMART Reset
1. S- SCAN – spanning herkennen
Leren opmerken én benoemen wat er gebeurt, in lichaam en gedrag
(ademhaling, spierspanning, tempo, focus, reactie).
Scan-taal helpt spanning te herkennen, en verlaagt ze al vóór ingrijpen nodig is.
Wie kan benoemen, kan eerder bijsturen.
2. M- MOVE – beweging inzetten
Gerichte beweging om het stressniveau te laten zakken
en het systeem opnieuw in beweging te brengen.
Beweging opent de weg naar regulatie (de schakelaar).
3. A- ADAPT – fysiologie bijsturen
Ademhaling, spierspanning en sensorische input aanpassen
zodat het lichaam opnieuw binnen een werkbaar spanningsniveau komt.
Eerst het lichaam, dan pas het hoofd (de brandstof).
4. R- REFOCUS – taal en aandacht richten
Eenvoudige, taakgerichte taal en zelfspraak
die helpt om aandacht opnieuw te richten
zonder prestatiedruk of evaluatie.
Niet motiveren. Wel richting geven.
5. T- TASK – terug naar doen
Opnieuw deelnemen aan leren, spelen of presteren
met behoud van regulatie.
Niet perfect. Wel mogelijk.
Taal werkt niet tegen spanning, maar op het juiste moment en op het juiste niveau.
De Smart Reset leert wat te zeggen, wanneer te handelen en wanneer gewoon nabij te blijven.